Anders.Gent


Stad presenteert resultaat rekening 2025 en budgetcontrole 2026

Het college heeft de budgetcontrole- en wijziging voor 2026 vastgesteld. Financiële discipline blijft de absolute voorwaarde om de financiële slagkracht, gezondheid en beleidsruimte op middellange en lange termijn veilig te stellen.

Rekening 2025

De exploitatierekening of het ‘huishoudbudget’ van de Stad Gent sluit af met een overschot van 85,68 miljoen euro. De gebudgetteerde uitgaven en ontvangsten werden respectievelijk voor 96,4% en voor 97,3% gerealiseerd. In 2025 werd wat investeringen betreft 172,67 miljoen euro netto aangerekend.

De jaarrekening 2025 sluit af met een negatiever dan voorzien gecumuleerd budgettair resultaat van -49,89 miljoen euro in plaats van -24,04 miljoen euro. Dit heeft louter en alleen te maken met het feit dat de Stad in 2025 voor 48,36 miljoen euro minder leningen heeft opgenomen dan voorzien.

Dit geeft dus in feite een positief effect. De Stad heeft een groter deel van haar investeringen kunnen financieren met eigen middelen. Dat betekent ook dat de schuld in 2025 minder stijgt dan voorzien, en dat de Stad de komende jaren ook minder leningen moet afbetalen. Dit heeft een gunstig effect op de autofinancieringsmarge (AFM).

Budgetcontrole 2026

De uitwerking van de genomen beslissingen voor het meerjarenplan 2026-2031 zijn pas opgestart. In deze budgetcontrole stelt de Stad helaas vast dat er nu al een structurele verzwakking van de financiële positie optreedt ten opzichte van het goedgekeurde meerjarenplan 2026–2031. Dit is quasi integraal te wijten aan de fundamentele wijziging van de geopolitieke toestand sinds de opmaak van het meerjarenplan.

Extern zorgen aangepaste macro-economische parameters – in het bijzonder negatievere inflatievooruitzichten – voor een structureel stijgende loonkost, met een negatieve impact van -17 miljoen euro op de AFM in 2031. Daarnaast doet ook het door VVSG met de vakbonden onderhandelde en goedgekeurd sectoraal akkoord (met betrekking tot koopkrachtverhoging en op peil houden van dienstverlening) de loonkosten de komende jaren sterker stijgen dan gebudgetteerd.

De autofinancieringsmarge (AFM) in 2031 daalt door deze budgetcontrole naar 25 miljoen euro.

Realisme en ambitie

De opmaak van het lopende meerjarenplan in 2025 was geen eenvoudige opdracht, maar wel een noodzakelijke. De ambitie van de Stad was toen om enerzijds de financiële situatie van de Stad te verbeteren en tegen de volgende legislatuur een robuust budget na te laten, en anderzijds om de organisatie te herdenken en te hervormen om ze wendbaarder en robuuster te maken, gericht op effectiviteit en resultaten op het terrein.

Tegelijk heeft de Stad ook de nodige buffers ingebouwd, vanuit de wetenschap dat de geopolitieke situatie bijzonder onvoorspelbaar is en blijft, ook in de komende jaren.

Het is natuurlijk bijzonder jammer dat we nu, amper vier maanden na de start van het meerjarenplan, deze buffers al moeten aanspreken. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt er immers voor dat de inflatie op enkele weken tijd fors is gestegen, onder impuls van de oplopende energieprijzen. Cru gezegd, de onbezonnen acties van de regering Trump slaan ook een gat in het spaarvarken van de Stad Gent (en in dat van alle burgers, overheden en bedrijven in Europa trouwens).

– Christophe Peeters, schepen van Financiën

Het college zal er, samen met het managementteam, voor zorgen dat de hervormingen die in gang werden gezet snel en gericht resultaat opleveren. Tegelijkertijd verscherpt de Stad de discipline voor alle uitgaven, ook de kleine, en duwt de Stad het gaspedaal in bij de vereenvoudiging van de (interne) processen. Dit moet de komende jaren leiden tot een organisatie die slagkrachtiger en resultaatgerichter is.

In alle komende budgetrondes zal de Stad ook stap voor stap maatregelen nemen om haar buffers terug aan te vullen, wat noodzakelijk zal zijn in deze onzekere tijden.

Conclusie

De situatie in de wereld zoals ze zich de voorbije weken heeft ontwikkeld, heeft al meteen bij de aanvang van het nieuwe meerjarenplan aangetoond dat de maatregelen die de Stad vorig jaar heeft genomen en afgesproken geen luxe, maar een bittere noodzaak zijn.

De Stad had gehoopt de buffers niet meteen te moeten aanspreken, maar het bewijs dat ze noodzakelijk zijn, is bij deze geleverd.

De komende jaren zal de Stad dus blijvend een streng financieel en organisatorisch beleid blijven voeren.